15.8
- [Instructeur] Wetenschappers kunnen een gen in dieren, meestal muizen, desactiveren of uitschakelen om meer te leren over de functie van het gen gewoonlijk door het te vervangen door een doelvector een geconstrueerd stuk DNA. De doelvector heeft sequenties die homoloog, identiek, zijn aan de sequenties voor en na het gen. Meestal heeft het ook een positieve selectiemarker zoals het gen voor neomycine resistentie, NeoR, in het midden en een negatieve selectiemarker zoals het gen voor thymidine kinase, TK, aan een uiteinde.
Wanneer het ingebracht wordt in embryonale stamcellen, vervangt het het gen door homologe recombinatie die vanzelf gebeurt tussen DNA-strengen met gelijkaardige sequenties. Cellen waar de genen correct vervangen zijn zulen een positieve marker bevatten, maar geen negatieve, waardoor ze in culturen kunnen geïdentificeerd worden. Die cellen worden dan ingebracht in een muisembryo en geïmplanteerd in de baarmoeder van een vrouwtje.
De resulterende muis heeft een combinatie van normale cellen en cellen met een uitgeschakeld gen op één chromosoom. Die muizen worden dan gekweekt om zogenaamde 'knockout' muizen te maken, die homozygoot zijn voor de uitgeschakelde cel in alle cellen.
Om meer te weten te komen over de functie van een gen, kunnen onderzoekers observeren wat er gebeurt als het gen wordt geïnactiveerd of ‘uitgeschakeld…
Copyright © 2026 MyJoVE Corporation. Alle rechten voorbehouden.