24.5
- [Verteller] Tijdens een afweerreactie vernietigen antistoffen ziekteverwekkers door zich aan specifieke proteïnen te verbinden aan het oppervlak van de ziekteverwekker, antigenen genaamd. Deze interacties tussen antistoffen en antigenen zijn cruciaal om te voorkomen dat de ziekteverwekker andere cellen infecteert en om ziekteverwekkers te markeren om vernietigd te worden. Hierbij verwijst de term affiniteit naar de kracht van de wisselwerking tussen een enkele antifstof en een enkel epitoop, of deel van een antigeen.
Bijvoorbeeld, een antistof met een hoge affiniteit voor een bepaalde ziekteverwekker heeft een sterke en stabiele interactie, wat loskoppeling voorkomt. Aan de andere kant zal een interactie met lage affiniteit gemakkelijk loskoppelen. Uiteenlopende gradaties van antistof-affiniteit laat het afweersysteem zijn reactie op een bepaalde ziekteverwekker optimaliseren, zoals bijvoorbeeld een verkoudheid.
Bijvoorbeeld, de eerste keer dat het afweersysteem een ziekteverwekker tegenkomt is de affiniteit van de antistof-antigeeninteractie waarschijnlijk laag. Herhaalde blootstelling aan dezelfde ziekteverwekker echter, zorgt er voor dat het lichaam antistoffen produceert met groter wordende affiniteit voor een sterkere en snellere afweerreactie. Sommige antistoffen kunnen zich tegelijkertijd aan meerdere antigene epitopen verbinden, omdat ze polyvalent zijn.
In dit geval wordt de cumulatieve kracht van deze interacties aviditeit genoemd. Normaal is de interactie tussen polyvalente antistoffen en antigenen hoog in aviditeit, maar laag in affiniteit.
Overzicht
Antilichamen binden zich aan toxines of stoffen op het oppervlak van cellen, bacteriën, virussen of schimmels. De stof wordt een antigeen ge…
Copyright © 2026 MyJoVE Corporation. Alle rechten voorbehouden.