3.3
- [Verteller] Na de vorming van zijn secundaire structuur, zakt een eiwit in tot een tertiaire bolvorm, een unieke en individuele 3D-opmaak die zijn functie stuurt. Specifieker, worden de vouwpatronen bepaald door verschillende chemische interacties. Ten eerste, wordt de compactheid bepaald door de hydrofobiciteit van de aminozuurzijketenen, zodat nonpolaire ketens naar binnen worden geduwd, waardoor een hydrofobe kern ontstaat die is afgescheiden van de waterige omgeving.
Zwakke vanderwaalskrachten dragen bij aan het behoud van de geclusterde kern. Aan de buitenkant liggen vooral de aminozuren met geladen of polaire zijketens, vrij om te interageren met water. Zijketens met tegengestelde ladingen kunnen ionische bindingen vormen, terwijl vergelijkbaar geladen zijdes elkaar afstoten.
Polaire zijketens kunnen waterstofbindingen vormen, zowel met water als met andere polaire moleculen. Tot slot, fungeren disulfidebruggen als versterking. Deze bindingen komen voor tussen twee aangrenzende cystinemonomeren, die sulfhydryl- of SH-groepen op hun zijketens bevatten.
De zwavel op de ene bindt zich covalent aan de andere. De aanwezigheid van deze chemische interacties en bindingen zorgen ervoor dat het eiwit in de meest geprefereerde vorm wordt vastgezet.
Eiwitten zijn ketens van aminozuren die aan elkaar zijn gekoppeld door peptidebindingen. Na de synthese vouwt een eiwit zich in tot een drie…
Copyright © 2026 MyJoVE Corporation. Alle rechten voorbehouden.