Het alveolus-on-chip-model vertegenwoordigt een meerlagig weefselmodel van de menselijke alveolus, waarbij essentiële celtypen van de onderste luchtwegen worden geïntegreerd, waaronder longepitheelcellen, endotheelcellen en macrofagen, gekweekt in een organotypische opstelling bij een ALI met gemiddelde perfusie van de endotheelbekleding. Cellen van verschillende lagen brengen specifieke celmarkereiwitten tot expressie, zoals E-cadherine, een calciumafhankelijk adhesiemolecuul van longepitheelcellen, dat centraal staat bij het opzetten van intercellulaire epitheelbarrières 5,10. E-cadherine vormt een fysiek barrière-element en regelt de immunologische respons op schadelijke ziekteverwekkers en stoffen in het milieu10,11. H441-epitheelcellen brengen verder oppervlakteactieve proteïne A tot expressie, wat ook cruciaal is in de eerste verdedigingslinie van de gastheer tegen infectie door immunomodulerende en antibacteriële activiteit te mediëren8. Het integreren van immuuncellen in het alveolusmodel verhoogt de cellulaire complexiteit, waardoor de immuunrespons op ontstekingstriggers, d.w.z. tijdens infectie, beter wordt gerepliceerd. In deze context werd het model gebruikt om de co-infectie van influenzavirus A en menselijke opportunistische ziekteverwekker Staphylococcus aureus (S. aureus) te bestuderen5. In de studie werd een mechanisme van co-infectie bij longontsteking onthuld waarbij virale infectie van epitheelcellen een significante ontstekingsreactie veroorzaakt, die aanzienlijke schade aan endotheelcellen veroorzaakt, wat leidt tot een verlies van de barrièrefunctie. In een andere studie werd het model gebruikt om aan te tonen dat S. aureus-infectie de extracellulaire niveaus van oppervlakteactieve proteïne-A (SP-A), een cruciaal immuunafweercomponent in de longen, verlaagt, waarschijnlijk als gevolg van bacteriële proteasen6. Hoewel de expressie van SP-A niet direct wordt beïnvloed door S. aureus of influenzavirus A, wordt het aanzienlijk neerwaarts gereguleerd door TNF-α, een cytokine dat sterk wordt geproduceerd als reactie op bacteriële infecties, vooral in aanwezigheid van macrofagen. Deze resultaten suggereren dat bacteriële mono- en superinfecties de SP-A-niveaus in de longen kunnen verlagen, waardoor de uitkomst van bacteriële longontsteking mogelijk verslechtert. Verder is het alveolusmodel gebruikt om schimmelinfectie van de alveolus met Aspergillus fumigatus en de werkzaamheid van antischimmelmiddelen te bestuderen door gebruik te maken van microscopie met hoge resolutie en op algoritmen gebaseerde beeldanalyse in combinatie met moleculair biologische tests, waaronder immunofluorescentiekleuring en cytokineprofilering7. Modellering van invasieve pulmonale aspergillose in de alveolus-op-chip onthulde sleutelfuncties van menselijke macrofagen die de groei van de schimmel gedeeltelijk zouden kunnen remmen. Macrofagen speelden een centrale rol bij het vrijgeven van pro-inflammatoire cytokines en chemokines, die correleerden met een verhoogd aantal invasieve schimmeldraden. Bovendien bevestigde de studie dat het fungistatische medicijn caspofungine de schimmelgroei effectief beperkt en morfologische veranderingen in de schimmelstructuur induceert, in lijn met bevindingen uit andere onderzoeken. Deze studies bevestigen het potentieel van het modelplatform voor het identificeren van cellulaire doelen van infectie en het testen van geneesmiddelen in klinisch relevante concentraties.
Er zijn verschillende aspecten waarmee rekening moet worden gehouden bij het opzetten van de alveolus-op-chip. Nauwkeurige celzaaiing is van cruciaal belang voor het bereiken van een uniforme celverdeling en laagvorming. Zorg ervoor dat cellen met de juiste dichtheid worden gezaaid om samenvloeiing te bereiken zonder elkaar te overwoekeren, wat de integriteit en functionaliteit van de cellagen in gevaar kan brengen. Verwijder tijdens het ALI-vestigingsproces het medium voorzichtig van de apicale zijde en sluit de poorten om besmetting te voorkomen. Het handhaven van optimale co-cultuuromstandigheden, zoals temperatuur, CO2 - niveaus en mediumsamenstelling, is van cruciaal belang voor de overleving en interactie van zowel endotheel- als epitheelcellen. Voer het medium altijd voorzichtig aan om te voorkomen dat de cellagen worden verstoord of luchtbellen ontstaan. Pipeteer voorzichtig en zorg ervoor dat alle gebruikte apparatuur steriel is om het risico op besmetting te minimaliseren. Om luchtbellen te voorkomen, pipet u de chip langzaam en kantelt u deze tijdens mediumwisselingen om luchtbellen te laten ontsnappen. Werk in een schone, steriele en gecontroleerde omgeving om besmetting tot een minimum te beperken. Houd rekening met de complexiteit en precisie die nodig zijn om het 3D-model op te stellen en te onderhouden voor latere experimenten met het model. Als cellagen niet correct worden gevormd, overweeg dan om de celdichtheid en celbatches te optimaliseren, aangezien er verschillen in celgroei kunnen optreden afhankelijk van de donor en de batch.
Hoewel het model aanzienlijke verbeteringen biedt ten opzichte van bestaande methoden, is het ook essentieel om te erkennen dat er rekening moet worden gehouden met enkele beperkingen. Een van die beperkingen is de complexiteit en kosten die gepaard gaan met de werking van het microfluïdische apparaat. Het uitvoeren van organ-on-chip-modellen vereist gespecialiseerde apparatuur en expertise in microfluïdica om het alveolus-on-chip-model over te nemen. Bovendien, hoewel dit model met succes veel van de belangrijkste kenmerken van de alveolaire omgeving kan repliceren, kan het niet alle cellulaire interacties en mechanische krachten die in vivo worden aangetroffen, volledig repliceren. Het model heeft bijvoorbeeld geen uitgebreid immuunsysteem of het volledige scala aan celtypen in de menselijke long, wat van invloed kan zijn op de nauwkeurigheid van onderzoeken naar pathogeen-gastheerinteracties.
Ondanks deze beperkingen biedt het lung-on-chip-model vooruitgang in vergelijking met traditionele 2D-celculturen zoals Transwell-systemen. Door een lucht-vloeistofinterface, endotheel- en epitheelcellen en immuuncomponenten op te nemen in een meerlagig weefsel binnen een dynamische, doorbloede omgeving, vertegenwoordigt het model een meer fysiologisch relevante benadering voor het bestuderen van longfysiologie, ziekte en behandelingsreacties in vitro. Dit is cruciaal voor het vergroten van ons begrip van menselijke luchtweginfecties en het ontwikkelen van effectievere therapieën. Het vermogen van het model om biofysische en biochemische signalen nauwkeurig te manipuleren, vertegenwoordigt een belangrijk kenmerk voor het ontleden van de mechanismen van ziekteprogressie en geneesmiddelwerking. Het gebruik van menselijk celmateriaal kan de verschillen tussen soorten die in dierproeven worden waargenomen, verder verminderen. De integratie van meerdere biomarkeranalyses verbetert bovendien de diepte en breedte van de gegevens die uit een enkel experiment kunnen worden verkregen, wat bijdraagt aan het verlagen van de kosten van in-vitro-experimenten. Hoewel het long-on-chip-model zijn beperkingen erkent, vertegenwoordigt het een belangrijke stap voorwaarts in het onderzoek naar luchtwegaandoeningen en biedt het een nauwkeuriger, ethischer en efficiënter alternatief voor traditionele methoden.