Identificatie van overlappende genen, verrijkingsanalyse en constructie van het PPI-netwerk
Uit de GSE54837-dataset werden 3.371 DEGs geïdentificeerd, waaronder 1.675 upgereguleerde en 1.696 downgereguleerde DEGs. De top 10 genen met de meest significante up- en downregulatie worden getoond in Figuur 1A. Er werd hiërarchische clustering uitgevoerd op de GSE54837-gegevens (Aanvullende Figuur 1A), en er werd een soft-thresholding power van 10 toegepast om een schaalvrije netwerktopologie te waarborgen (Figuur 1B). Gene co-expression-modules werden geconstrueerd met de dynamic tree cut-methode met een minimale modulegrootte van 50 genen, waarbij aan elke module een specifieke kleur werd toegewezen (Aanvullende Figuur 1B). Modules met eigengene-correlaties > 0,75 werden vervolgens samengevoegd (Aanvullende Figuur 1C, Figuur 1C), wat resulteerde in 14 verschillende modules. Op basis van Pearson-correlatieanalyse tussen module-eigengenes en klinische kenmerken vertoonde de MEsalmon-module (bestaande uit 5.226 genen) de meest significante positieve correlatie met COPD (r = 0,35, p = 7 x 10⁻8, Figuur 1D). Venn-analyse identificeerde 160 overlappende genen tussen de 3.371 DEGs, de 5.226 MEsalmon-modulegenen en de 2.118 ac4C-RGs (Figuur 1E). Functionele verrijkingsanalyse van deze 160 genen toonde aan dat significante GO-termen onder meer enkelstrengs RNA-binding, regulatie van het mRNA-metabolisme en de RIG-I-signaleringsroute omvatten (Figuur 1F). Daarnaast demonstreerde KEGG-analyse dat deze genen primair verrijkt waren in Fc gamma R-gemedieerde fagocytose, de mRNA-surveillance-route en focale adhesie (Figuur 1G). Het PPI-netwerk van de overlappende genen bevatte 118 knopen en 196 randen (Figuur 1H).
Identificatie van zes sleutelgenen bij COPD
Om potentiële sleutelgenen te identificeren onder de 160 overlappende kandidaten, werden drie machine learning-algoritmen toegepast. Eerst werd LASSO-regressie uitgevoerd, waarbij cross-validatie werd gebruikt om de optimale strafparameter (λ) ≈ 0,091 te bepalen (Figuur 2A). De coëfficiëntprofielplot gaf aan dat 17 genen werden behouden bij de optimale λ-waarde (Figuur 2B). XGBoost-analyse identificeerde de top 30 genen met de hoogste gain, waaronder PTRF, WBP11 en LDOC1L een hoge voorspellende waarde vertoonden (Figuur 2C). Het RF-algoritme rangschikte op soortgelijke wijze de top 30 genen op basis van hun Gini-importance scores, waarbij PTRF, RFX5 en PRKCDBP tot de meest voorspellende behoorden (Figuur 2D). Intersectieanalyse van de genen die door de drie methoden waren geselecteerd, identificeerde zes overlappende sleutelgenen: PTRF, PRKCDBP, UPP1, TOR3A, FAM168B en B4GALT2 (Figuur 2E).
Constructie van het diagnostische model en expressieanalyse van sleutelgenen
Met gebruik van 70% van de GSE54837-dataset als trainingsset werd een logistisch regressiemodel opgezet waarin de zes sleutelgenen waren opgenomen. ROC-curve-analyse wees op een matige diagnostische prestatie, met AUC's van 0,766 (95% BI: 0,691–0,8417), 0,759 (95% BI: 0,6368–0,8817) en 0,723 (95% BI: 0,6085–0,8596) voor respectievelijk de trainings-, interne test- en externe validatiesets (Figuur 3A–C). Kalibratieanalyse bevestigde een hoge betrouwbaarheid, en DCA wees op een duidelijk netto klinisch voordeel over een breed scala aan drempelwaarschijnlijkheden in zowel de trainingssets (Figuur 3D–E) als de validatiesets (Figuur 3F–G). Er werd een nomogram geconstrueerd om de bijdrage van elk gen te visualiseren en individuele risicoschattingen te vergemakkelijken (Figuur 3H). Expressieanalyse toonde aan dat B4GALT2, PRKCDBP en UPP1 significant upregulated waren in COPD-monsters, terwijl FAM168B, PTRF en TOR3A downregulated waren (Figuur 3I).
Regelend netwerk en functionele analyse van sleutelgenen bij COPD
Een functioneel interactienetwerk bestaande uit de top 20 genen die het meest gerelateerd zijn aan de geïdentificeerde hub-genen werd geconstrueerd met behulp van GeneMANIA-analyse (Figuur 4A). Fysieke interacties vormden het grootste deel van de verbindingen, gevolgd door co-expressiecorrelaties en gedeelde proteinedomeinen. Functionele annotatie wees op een significante verrijking van processen zoals het katabole proces van nucleobase-bevattende kleine moleculen, het nucleoside-katabole proces en plasma-membraan rafts. Post-transcriptionele regulatie werd onderzocht door miRNA-voorspellingen van de DIANA-microT- en miRanda-databanken te kruisen, waarbij acht overlappende miRNA's werden geïdentificeerd (Figuur 4B). Vervolgens werd een lncRNA-miRNA-mRNA-regulatieruif geconstrueerd. Volgens het Sankey-diagram werden twee van de geïdentificeerde miRNA's, beide geassocieerd met de regulatie van FAM168B, voorspeld als doelwit van zeven lncRNA's; voor de overige vijf hub-genen werden geen dergelijke regulatoire interacties geïdentificeerd (Figuur 4C). Transcriptionele regulatie werd verder onderzocht met het ChEA3-platform, waarmee upstream transcriptiefactoren (TF's) werden voorspeld voor B4GALT2, UPP1, FAM168B en TOR3A. De top tien TF's voor elk gen werden geselecteerd om een TF-doelwit-regulatienetwerk te construeren (Figuur 4D). GSEA werd uitgevoerd om de biologische functies van de zes sleutelgenen te onderzoeken. UPP1 was significant verrijkt in biologische processen zoals het diacylglycerol-metabole proces en het purinenucleoside-trifosfaat-biosyntheseproces, evenals in pathways waaronder het proteasoom en het metabolisme van xenobiotica door cytochroom P450 (Figuur 4E–F). Verrijkingsresultaten voor de overige vijf sleutelgenen zijn opgenomen in Aanvullende Figuur 2A–J.
Immuuninfiltratie van UPP1 en voorspelling van medicijndoelen bij COPD
De immuuninfiltratieniveaus van 28 typen immuuncellen werden geëvalueerd in controle- en COPD-groepen met behulp van het ssGSEA-algoritme. Bij COPD-patiënten vertoonden geheugen B-cellen, myeloïde-afgeleide suppressorcellen en geactiveerde dendritische cellen significant hogere enrichmentscores. In tegenstelling hiermee vertoonden type 1 T-helpercellen, geactiveerde B-cellen en onrijpe B-cellen significant lagere enrichmentscores (Figuur 5A). Er moet worden opgemerkt dat ssGSEA relatieve schattingen van de immuuncelverrijking verschaft op basis van transcriptomische gegevens, in plaats van directe metingen van immuuncelproporties. Correlatieanalyse onthulde dat de zes sleutelgenen differentiële associatiepatronen vertoonden met immuuncelsubsets. Specifiek waren UPP1, PRKCDBP en B4GALT2 positief gecorreleerd met de infiltratieniveaus van geheugen B-cellen, geactiveerde dendritische cellen en myeloïde-afgeleide suppressorcellen (Spearman ρ > 0,4, p < 0,05), terwijl PTRF, TOR3A en FAM168B negatieve correlaties vertoonden met type 1 T-helpercellen en geactiveerde B-cellen (Spearman ρ < −0,3, p < 0,05). De volledige correlatiematrix wordt gepresenteerd in de heatmap (Figuur 5B). Geneesmiddelvoorspellingsanalyse identificeerde UPP1 als het enige gen onder de zes kandidaten met voorspelde interacties met kleine moleculen. Drie verbindingen, waaronder fluorouracil, capecitabine en 5-benzylacyclouridine, werden uit de database geïdentificeerd als potentiële UPP1-interacterende verbindingen (Figuur 5C). Deze verbindingen worden voornamelijk gebruikt in de oncologie of in experimentele settings, en hun relevantie voor COPD vereist verder onderzoek. Berekeningen van de vrije bindingsenergie onthulden dat 5-benzylacyclouridine de sterkste bindingsaffiniteit vertoonde, wat duidt op een relatief hogere voorspelde bindingsaffiniteit (Tabel 3). Moleculaire docking-visualisaties voor alle drie de verbindingen wezen op gunstige voorspelde bindingsconformaties met UPP1, wat consistent is met computationele docking-voorspellingen en niet met experimentele validatie (Figuur 5D–F). Daarnaast gaf CTD-analyse aan dat alle zes de sleutelgenen sterk geassocieerd waren met verschillende ziektefenotypes, waaronder vertraagde effecten van prenatale blootstelling, gewichtsverlies, hepatomegalie en ontsteking (Figuur 5G–L).
RT-qPCR-validatie van belangrijke diagnostische genen in klinische monsters
Om de expressieniveaus van sleutelgenen te valideren, werden bloedmonsters verzameld van acht COPD-patiënten en acht controlesubjects; deze analyse werd beschouwd als een preliminaire validatie vanwege de beperkte steekproefomvang. Zoals getoond in Figuur 6A–F, waren PTRF, TOR3A en FAM168B significant gedownreguleerd, terwijl PRKCDBP en UPP1 significant opgereguleerd waren in COPD-monsters, wat consistent is met de trends waargenomen in de bio-informatische analyse. Daarentegen werd er geen significant verschil waargenomen voor de expressie van B4GALT2 tussen de twee groepen. Dit verschil kan worden toegeschreven aan de beperkte steekproefomvang of verschillen in monstertypes tussen datasets en klinische specimens.
VERKLAARING OVER DATAbeschikbaarheid:
Alle RNA-sequencinggegevens zijn verkregen uit de Gene Expression Omnibus-database (GEO, https://www.ncbi.nlm.nih.gov), waarbij GSE54837 is geselecteerd als de trainingsset en GSE112811 als de validatieset. De in deze analyse gebruikte code kan worden verkregen via https://doi.org/10.5281/zenodo.21771476.

Figuur 1: Identificatie van overlappende genen, enrichment-analyse en constructie van het PPI-netwerk. (A) Volcano plot van DEGs in de GSE54837-dataset. (B) Screening van de soft threshold. (C) Dendrogram van moduleclustering (na samenvoeging). (D) Heatmap van de correlatie tussen modules en eigenschappen. (E) Venn-diagram voor de identificatie van overlappende genen. (F) Mulberry-diagram van de GO-enrichment-analyse, met de belangrijkste enrichmementresultaten van de intersectiegenen in MF, CC en BP. (G) Lollipop-diagram van de KEGG-signaleringsroute-enrichment-analyse, waarbij de grootte van de bubbel het aantal verrijkte genen vertegenwoordigt. (H) PPI-netwerk van de overlappende genen; knopen vertegenwoordigen eiwitten en randen vertegenwoordigen eiwit-eiwitinteracties. Afkortingen: DEGs = differentieel tot expressie gebrachte genen; PPI = eiwit-eiwitinteractie; GO = Gene Ontology; MF = moleculaire functie; CC = cellulaire component; BP = biologisch proces; KEGG = Kyoto Encyclopedia of Genes and Genomes; ac4C-RGs = N4-acetylcytidine-gerelateerde genen. Klik hier om een grotere versie van deze figuur te bekijken.

Figuur 2: Identificatie van zes sleutelgenen bij COPD. (A) LASSO-kruisvalidatiecurve. (B) LASSO-regressiecoëfficiënt-paadiagram. Naarmate λ toeneemt, convergeren de coëfficiënten van onbelangrijke genen naar 0. (C) XGBoost-rangschikking van kenmerkbelang. De x-as representeert de gain-waarde, de y-as representeert de gennaam en de kleurdiepte representeert het belang. (D) RF-rangschikking van kenmerkbelang. De x-as representeert de gemiddelde afname in Gini. (E) Het Venn-diagram van overlappende genen verkregen door kruisanalyse van de drie algoritmen. Afkortingen: LASSO = least absolute shrinkage and selection operator; XGBoost = extreme gradient boosting; RF = random forest. Klik hier om een grotere versie van deze figuur te bekijken.

Figuur 3: Constructie van een diagnostisch model en expressieanalyse van sleutelgenen. (A) ROC-curve van de trainingset. (B) ROC-curve van de interne testset. (C) ROC-curve van de externe validatieset. (D) Kalibratiecurve van de trainingset. (E) DCA van de trainingset. (F) Kalibratiecurve van de externe validatieset. (G) DCA van de externe validatieset. (H) Nomogram van zes sleutelgenen. Voor de voorspelling van het individuele risico op COPD wordt aan elk gen een overeenkomstige score toegekend. (I) Expressieanalyse van zes sleutelgenen in COPD- en controlemonsters van de GSE54837-dataset. Afkortingen: ROC = receiver operating characteristic; AUC = area under the curve; DCA = decision curve analysis; COPD = chronische obstructieve longziekte. Klik hier om een grotere versie van deze figuur te bekijken.

Figuur 4: Regulerend netwerk en functionele betekenis van sleutelgenen bij COPD. (A) GeneMANIA-analyseresultaten van 6 sleutelgenen. De kleur van de lijnen geeft de correlatie tussen genen aan, en de kleur van de knooppunten geeft verschillende functionele categorieën aan. (B) Venn-diagram van de kruisanalyse van de DIANA-microT- en miRanda-databanken. (C) Mulberry-diagram van het ceRNA-regulerende netwerk. (D) Potentieel regulerend netwerk van transcriptiefactoren. Blauwe knooppunten representeren transcriptiefactoren en oranje knooppunten representeren doelgenen. (E) GSEA-verrijkingsanalyse van enkelvoudige genen voor UPP1, inclusief GO. (F) GSEA-verrijkingsanalyse van enkelvoudige genen voor UPP1, inclusief KEGG. Afkortingen: GO = Gene Ontology; KEGG = Kyoto Encyclopedia of Genes and Genomes. Klik hier om een grotere versie van deze figuur te bekijken.

Figuur 5: Immuuninfiltratie van sleutelgenen en voorspelling van drugtargets bij COPD. (A) Verschillen in immuuncelovervloed tussen groepen. (B) Heatmap van de correlatie tussen immuuncellen en sleutelgenen. (C) Interactienetwerk tussen sleutelgenen en voorspelde geneesmiddelen. (D) Moleculaire docking van fluorouracil met UPP1. (E) Moleculaire docking van capecitabine met UPP1. (F) Moleculaire docking van 5-benzylacyclouridine met UPP1. Voor elke verbinding toont de linker afbeelding de algehele dockingconformatie en de rechter afbeelding de lokale bindingsinteracties. (G) CTD-analyse van B4GALT2. (H) CTD-analyse van FAM168B. (I) CTD-analyse van PRKCDBP. (J) CTD-analyse van PTRF. (K) CTD-analyse van TOR3A. (L) CTD-analyse van UPP1. Klik hier om een grotere versie van deze figuur te bekijken.

Figuur 6: RT-qPCR-validatie van sleutelgenexpressie in COPD- en controlemonsters. (A) Relatieve expressie van PTRF. (B) Relatieve expressie van PRKCDBP. (C) Relatieve expressie van UPP1. (D) Relatieve expressie van TOR3A. (E) Relatieve expressie van FAM168B. (F) Relatieve expressie van B4GALT2. ns = niet significant, p > 0,05; * p < 0,05; ** p < 0,01; *** p < 0,001; **** p < 0,0001. Afkorting: RT-qPCR = reverse transcription quantitative polymerase chain reaction. Klik hier om een grotere versie van deze figuur te bekijken.
Aanvullende figuur 1: GSE54837-dataset monsters en genmodule-clustering. (A) Monsterclusterdiagram van de GSE54837-dataset. (B) Dendrogram van de moduleclustering vóór het samenvoegen. Genen werden gegroepeerd met behulp van de dynamische tree-cut-methode om verschillende modules te identificeren. (C) Hiërarchisch clustering-dendrogram van module-eigengenen. Modules met vergelijkbare expressiepatronen werden geclusterd op basis van de gelijkenis van hun eigengenen.Klik hier om dit bestand te downloaden.
Aanvullende figuur 2: GSEA-verrijkingsanalyse. (A) GO-analyse van PRKCDBP. (B) KEGG-analyse van PRKCDBP. (C) GO-analyse van PTRF. (D) KEGG-analyse van PTRF. (E) GO-analyse van TOR3A. (F) KEGG-analyse van TOR3A. (G) GO-analyse van FAM168B. (H) KEGG-analyse van FAM168B. (I) GO-analyse van B4GALT2. (J) KEGG-analyse van B4GALT2. Afkortingen: GO = Gene Ontology; KEGG = Kyoto Encyclopedia of Genes and Genomes.Klik hier om dit bestand te downloaden.
| Dataset | Controles | Patiënten | Sequencingplatform |
| GSE54837 | 90 | 136 | GPL570 |
| GSE112811 | 44 | 20 | GPL570 |
Tabel 1: Genexpressie-datasets gebruikt in de studie. Kenmerken van de GSE54837- en GSE112811-datasets die respectievelijk zijn gebruikt voor modelontwikkeling/interne testen en externe validatie.
| Patiënt | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 |
| Geslacht (V/M) | M | M | M | F | M | M | M | M |
| Leeftijd (jaren) | 69 | 72 | 75 | 73 | 68 | 70 | 69 | 71 |
| Rookstatus | Ja | Ja | Stoppen met roken (2 jaar) | Nee | Ja | Ja | Ja | Stoppen met roken (5 jaar) |
| Pakjaren | 20 per dag / 30 jaar | 15 per dag / 35 jaar | 20 per dag / 50 jaar | | 20 per dag / 40 jaar | 30 per dag / 40 jaar | 15 per dag / 40 jaar | 20 per dag / 30 jaar |
| COPD-groep | 2 | 3 | 3 | 2 | 2 | 3 | 2 | 3 |
Tabel 2: Baseline-kenmerken van de studieparticipanten. Baseline demografische en klinische kenmerken van de COPD-patiënten en gezonde controles die zijn opgenomen in de RT-qPCR-validatie.
| Moleculaire naam | Gen | Score(kcal/mol) |
| 5-Benzylacyclouridine | UPP1 | -9.6 |
| Capecitabine | UPP1 | -6.1 |
| Fluorouracil | UPP1 | -5.5 |
Tabel 3: Moleculaire dockingresultaten voor UPP1 en kandidaatverbindingen.
Voorspelde moleculaire dockingresultaten voor de interactie van UPP1 met fluorouracil, capecitabine en 5-benzylacyclouridine, inclusief hun bindingsaffiniteiten.